Het falen van de voorbereiding is de voorbereiding van het falen

Confucius, Chinees wijsgeer, 500 BC



Vorige pagina


De “doorgeefschenking”: schenken van geërfde goederen zonder dat schenkbelasting verschuldigd is

5/03/2019

Wie ingevolge een overlijden sinds 1 september 2018 van een (groot)ouder of partner (echtgenoot, wettelijk of feitelijk samenwonende) geërfd heeft, beschikt voortaan over de mogelijkheid om zijn kinderen of kleinkinderen binnen bepaalde grenzen en onder bepaalde voorwaarden goederen te schenken waarop geen schenkbelasting verschuldigd is.

Voorbeeld 1:
Vader, weduwnaar, is overleden op 1 september 2018. Zijn meerderjarige zoon erft het woonhuis met een waarde van € 240.000,00. De zoon is zelf reeds eigenaar van een woning en beslist om de geërfde woning daarom aan zijn enige meerderjarige dochter door te schenken.

Op deze schenking zal in principe geen schenkbelasting moeten worden betaald indien voldaan is aan de hierna vermelde voorwaarden:

  1. met betrekking tot de erflater: de fiscale woonplaats van de vader was op het moment van overlijden gelegen in het Vlaamse Gewest;
  2. met betrekking tot de schenker: de zoon moet op het ogenblik van de schenking ook zijn fiscale woonplaats in het Vlaamse Gewest hebben;
  3. met betrekking tot de begunstigde van de schenking: deze moet een afstammeling zijn van de schenker (kind of kleinkind);
  4. de erfbelasting (vroeger “successierechten”) dient op het moment van de schenking effectief betaald te zijn (door de schenker);
  5. de schenking vindt plaats binnen een termijn van 1 jaar na het overlijden en dient bij notariële akte te geschieden;
  6. de schenking mag niet gebeuren onder een opschortende termijn of voorwaarde (een voorbehoud van vruchtgebruik mag wel);
  7. in het geval van schenking van roerende goederen (geld, effecten, …): deze hoeven niet (noodzakelijk) dezelfde te zijn als de geërfde goederen waarop de erfbelasting werd betaald, het volstaat dat de waarde van de normaal te betalen schenkbelasting de waarde van de effectief betaalde erfbelasting niet overschrijdt. Zo is het mogelijk dat de zoon uit ons voorbeeld (die het woonhuis heeft geërfd van zijn vader) in plaats van het woonhuis gelden schenkt aan zijn enige dochter zonder dat daarop schenkbelasting verschuldigd zal zijn.

Voorbeeld 2:
De zoon erft het woonhuis van zijn vader. Dit woonhuis heeft een waarde van € 240.000,00. De zoon betaalt hierop erfbelasting ten belope van € 18.600,00. De zoon kan dan beslissen om bijvoorbeeld gelden te schenken aan zijn dochter voor een bedrag van € 240.000,00. Normaal zouden op deze schenking € 7.200,00 schenkbelasting verschuldigd zijn (zijnde 3% op € 240.000,00). Door de nieuwe maatregel zal de schenking kunnen doorgaan zonder dat er schenkbelasting verschuldigd is.

     8. in het geval van schenking van onroerende goederen wordt wel vereist dat het geschonken goed hetzelfde is als het goed dat men heeft                   geërfd (zie hierboven voorbeeld 1).

Opgelet: er zijn wel beperkingen aan deze gunstmaatregel verbonden. Indien de waarde van de geschonken goederen de waarde van de geërfde goederen overtreft, dan kan de vrijstelling van de schenkbelasting enkel worden toegepast verhoudingsgewijs. Het bedrag van de vrijstelling kan namelijk nooit hoger zijn dan het bedrag van de erfbelasting dat de schenker heeft betaald. Ook in het geval dat slechts een deel van de geërfde goederen worden geschonken, zal het bedrag van de vrijstelling verhoudingsgewijs worden beperkt.

Conclusie: deze nieuwe maatregel laat een erfgenaam toe om reeds een deel van de ontvangen erfenis op een belastingvriendelijke manier aan de volgende generatie over te maken. Hierdoor wordt vermeden dat bij het overlijden van de erfgenaam (in ons voorbeeld de zoon) opnieuw erfbelasting verschuldigd is (te betalen door – in ons voorbeeld – zijn dochter). Het is wel zo dat men snel zal moeten zijn om beroep te kunnen doen op deze maatregel: men beschikt immers maar over een termijn van 1 jaar na het overlijden om bij de notaris langs te gaan om de schenking te verrichten. Rekening houdend met de voorwaarde dat de erfbelasting reeds moet betaald zijn op het moment van de schenking en dat het enige tijd kan duren vooraleer de aangifte is ingediend, het aanslagbiljet werd ontvangen en de erfbelasting werd betaald, blijven er gemiddeld slechts enkele maanden over om over te gaan tot de schenking.

Auteur: Kristof Bogaert