Het falen van de voorbereiding is de voorbereiding van het falen

Confucius, Chinees wijsgeer, 500 BC



Vorige pagina


Vrije beroepers zijn vanaf november ‘volwaardige’ ondernemers, wat betekent dit voor u?

5/11/2018

Vrije beroepers en handelaars werden op rechtsgebied voorheen op een verschillende manier behandeld. De wetgever heeft met de hervorming van het ondernemingsrecht erkend dat het onderscheid tussen beide is achterhaald. Zowel de termijn ‘koopman’ en ‘vrij beroep’ worden geschrapt en vervangen door de term ‘onderneming’.

Concreet betekent dit dat voor advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, apothekers, artsen, dierenartsen, psychologen, architecten, vastgoedmakelaars, bedrijfsrevisoren, boekhouders en boekhouders-fiscalisten, accountants en belastingconsulenten onderworpen zijn aan de bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht.

Wat zijn de belangrijkste gevolgen?

VANAF 1 MEI 2018
De huidige tandarts, advocaat, … werkt niet meer alleen maar organiseert zijn activiteit vaak in een groepspraktijk die gelet op de technologische vooruitgang moet investeren in dure apparatuur, software, … die gedurende haar economische levensduur moet renderen. Vrije beroepers zijn in onze hedendaagse maatschappij ook onderworpen aan dezelfde risico’s die het economisch verkeer met zich meebrengt.

Bescherming vrije beroeper in nood
Wat dus betekent dat deze beroepen ook te kampen kunnen krijgen met betalingsmoeilijkheden. Voorheen was de WCO (Wet betreffende de Continuïteit van Ondernemingen) niet van toepassing op burgerlijke vennootschappen met handelsvorm die tot doel hebben een vrije beroepsactiviteit uit te oefenen.

Dankzij het nieuwe insolventierecht krijgen zij nu ook dezelfde beschermingsmechanismen als elke “andere handelaar”. De procedure voorheen gekend als WCO wordt nu (weer net zoals vroeger) omschreven als de “gerechtelijke reorganisatie”. De gerechtelijke procedure kent meerdere varianten:

  • Buitengerechtelijk minnelijk akkoord = u sluit met minstens 2 schuldeisers een akkoord (vb. afbetalingsplan) met het oog op de reorganisatie zonder de tussenkomst van de rechtbank.
  • Gerechtelijke reorganisatie
    • Minnelijk akkoord = het afsluiten van een of meerdere minnelijke akkoorden onder het toezicht van de gedelegeerd rechter en eventueel met de hulp van de ondernemingsbemiddelaar of gerechtsmandataris.
    • Collectief akkoord = heeft tot doel een akkoord van alle schuldeisers te verkrijgen over een reorganisatieplan.
    • Overdracht onder gerechtelijk gezag = een overdracht onder gerechtelijk gezag, aan één of meerdere derden, van het geheel of een deel van de onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten.

De onderneming die één van deze maatregelen aanwendt, geniet van een periode van opschorting van betaling en kan niet tot betaling gehouden worden door haar huidige schuldeisers.

Faillissement
De verbreding van het toepassingsgebied leidt ertoe dat ook vrije beroepers het faillissement kunnen aanvragen.

Het nieuwe insolventierecht (samenstelling van de voorheen gekende WCO-wet en faillissementswet) voorziet dat ondernemers tijdens de faillissementsprocedure kunnen (her)starten met een nieuwe activiteit. De ondernemer zal dus niet langer moeten wachten op de afwikkeling van het lopende faillissement.

Als ondernemer staat u best even stil bij de persoonlijke aansprakelijkheidsvorderingen die als bestuurder boven uw hoofd hangen:

  • Kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement
  • Niet-betaling fiscale schulden (bedrijfsvoorheffing en btw)
  • Wrongful trading (nu expliciet ingeschreven in het Wetboek) = persoonlijke aansprakelijkheid voor de (ook feitelijke!) bestuurders indien
    • op een gegeven ogenblik voorafgaand aan het faillissement, de betrokken persoon wist of behoorde te weten dat er kennelijk geen redelijk vooruitzicht was om de onderneming of haar activiteiten te behouden en een faillissement te vermijden;
    • de betrokken persoon op dat ogenblik één van de hoedanigheid van bestuurder had; en
    • de betrokken persoon vanaf het ogenblik bedoeld in het eerste puntje hierboven niet heeft gehandeld zoals een normaal voorzichtig en zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld.

De oprichtersaansprakelijkheid (= oprichters kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld wanneer het faillissement wordt uitgesproken binnen de drie jaar na de oprichting en indien blijkt dat het maatschappelijk kapitaal bij de oprichting kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid over ten minste twee jaar) staat reeds jaar en dag vermeld in het Wetboek van Vennootschappen maar is dus nu ook van toepassing op de vrije beroeper gezien zij vanaf mei failliet kunnen worden verklaard.

VANAF 1 NOVEMBER 2018
Tot op heden is het zo dat wanneer bijvoorbeeld twee artsen hun gezamenlijke praktijk organiseren onder een rechtsvorm, zij vennoot zijn van de burgerlijke vennootschap en bijgevolg onderhevig zijn aan het vennootschapsrecht en de vennootschapsbelasting. Maar door het aannemen van een vennootschapsvorm verkrijgen ze echter niet de hoedanigheid van koopman en stellen ze geen daden van koophandel (en vallen ze niet onder het Wetboek van Koophandel).

Vanaf 1 november 2018 treedt het nieuwe ‘ondernemingsrecht’ in werking. Het Wetboek van Koophandel wordt dan (gedeeltelijk) opgeheven en verwerkt in het Wetboek van Economisch Recht en Burgerlijk Wetboek.

De belangrijkste gevolgen voor de vrije beroeper (en elke andere onderneming):

  • Onderhevig aan het ‘ondernemersbewijs’ (nieuw artikel 1348bis BW) tussen ondernemingen:
    • het vrij bewijsrecht tussen ondernemingen (dit betekent o.m. dat voor het bewijs boven een bedrag van € 375,00 ook andere bewijsmiddelen dan een authentieke of onderhandse akte kunnen worden gebruikt);
    • bewijskracht van de aanvaarde factuur (daarbij niet meer beperkt tot koop-verkoop);
    • bewijskracht van de boekhouding;
  • Regels inzake ontvangen van cash betalingen (max. € 3.000,00) (ingeval u deze wetgeving niet naleeft, dan riskeert u een geldboete tussen € 250,00 tot € 225.000,00 met een maximum van 10% van het ten onrechte ontvangen of betaalde cashbedrag. Schuldeiser en schuldenaar zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de boete).
  • Afschaffing onderscheid burgerlijke en handelsvennootschappen (dit betekent onder meer dat de vennootschap van een vrije beroeper de vrijstelling van vennootschapsbijdrage gedurende de eerste drie jaar van haar bestaan kan genieten).
  • Geschillen komen voor de ondernemingsrechtbank (voorheen de rechtbank van koophandel) in plaats van de rechtbank van eerste aanleg.
  • Afschaffing afzonderlijke regeling inzake marktpraktijken en consumentenbescherming. De vrije beroeper moet als elke onderneming zich schikken naar de algemene bepalingen inzake marktpraktijken en consumentenbescherming (prijsaanduiding, eerlijke reclame, oneerlijke en misleidende handelspraktijken, algemene voorwaarden, …).

De uitbreiding van de term “onderneming” heeft een samensmelting van de categorie ‘koopman’ en ‘vrije beroeper’ tot gevolg. Beide categorieën vallen nu onder dezelfde wetgeving. Hierdoor moet de vrije beroeper stilstaan bij enkele nieuwigheden!

Auteur: Elise Vercruysse