Het falen van de voorbereiding is de voorbereiding van het falen

Confucius, Chinees wijsgeer, 500 BC



Vorige pagina


Een persoonlijke borgstelling kan tot onaangename verrassingen leiden

5/11/2018

Wie in zijn onderneming wenst te investeren, zal zich in de praktijk op een bepaald ogenblik misschien persoonlijk borg moeten stellen ten aanzien van de bank of anderen. Door deze borgstelling wenst bijvoorbeeld uw bankier zekerheid te bekomen dat het krediet zal worden terugbetaald. Ofwel door de kredietnemer, de onderneming, of wanneer deze niet meer zou kunnen terugbetalen, door de ondernemer zelf. In dat geval kan deze laatste doorgaans aangesproken worden voor zijn of haar volledig privévermogen. Dit is uiteraard een verregaande situatie en het risico dat u daarbij loopt kan u wel inschatten. Of toch niet helemaal?

Uw erfgenamen moeten mogelijks opdraaien voor de schulden van uw vennootschap
De situatie waarbij een ondernemer voor zijn/haar vennootschap een lening afsluit en zelf de dagelijkse gang van zaken van de vennootschap blijft behartigen, vormt uiteraard minder een probleem van risico-inschatting. Hij of zij blijft immers de controle behouden, weet wat er speelt en kan de risico’s dus normaal vrij goed inschatten.

Maar een borgstelling gaat verder dan dit. Denk eens aan volgend scenario:

Pieter stelt zich als zaakvoerder persoonlijk borg voor de schulden van zijn vennootschap. Na enkele jaren treft het noodlot en komt Pieter onverwacht te overlijden. Zijn kinderen en echtgenote erven de aandelen van de vennootschap. Zij hebben ondertussen evenwel een andere weg ingeslagen en verkopen de aandelen.

Jaren later krijgen zij echter een brief van de bank met de melding dat zij nog steeds borg staan voor bepaalde schulden van de vennootschap en dat zij hiervoor persoonlijk zullen worden aangesproken aangezien de onderneming (bijvoorbeeld een paar jaar na de overname) deze niet meer kan betalen.

Bovenstaande lijkt onmogelijk, maar de realiteit is anders. Het Burgerlijk Wetboek voorziet immers uitdrukkelijk dat de verbintenissen van de borgen overgaan bij overlijden. Wanneer de erfgenamen dus de nalatenschap aanvaarden, dan aanvaarden zij ook de borgstelling. Dit kan dus als gevolg hebben dat de erfgenamen dan ook aansprakelijk zijn voor de betaling van de borg en dit met hun ganse vermogen.

Hou steeds een overzicht bij van de door u of uw onderneming verstrekte borgstellingen
De oplossing lijkt voor de hand liggend: een nalatenschap kan steeds worden verworpen of de erfgenamen kunnen het voorrecht van boedelbeschrijving inroepen om zo de gevolgen van de borgstelling te vermijden.
Maar het is niet ondenkbaar dat op het ogenblik van het overlijden de borgstelling bij de erfgenamen niet gekend is. Van een borgstelling moet immers maar één exemplaar worden opgesteld, datgene dat steeds door de bank zal worden bewaard.

Gelukkig nemen de erfgenamen niet enkel de plichten maar ook de rechten van de borgstelling over (bijvoorbeeld het recht om deze op te zeggen). Hiervoor is het wel van belang een kopie te hebben van de overeenkomst van borgstelling, om deze mogelijkheden in kaart te brengen.
Een belangrijke tip: hou steeds een duidelijk overzicht bij van uw persoonlijke borgstelling en laat deze geregeld herbekijken door uw bank!

Veelal immers worden persoonlijke borgstellingen na een paar jaar overbodig omdat de onderneming het dermate goed doet of dermate veel schulden afgelost heeft, dat die borg eigenlijk niet verantwoord meer is.

Een andere tip voor de praktijk: teken nooit een borg met onbepaald bedrag en voor onbepaalde termijn. Als u weet hoeveel u exact boven het hoofd hangt en u weet exact voor hoelang, dan riskeert u minder slapeloze nachten en is de kans kleiner op het doemscenario van Pieter hierboven.

Ook vaak onderhandelbaar op het ogenblik van het vestigen van de borg: een borg die automatisch mee degressief evolueert met de lening. Hoe meer er afbetaald wordt, hoe lager het bedrag waarvoor u mogelijks nog in de zure appel zal moeten bijten…

Auteur: Bart Vermoesen