Het falen van de voorbereiding is de voorbereiding van het falen

Confucius, Chinees wijsgeer, 500 BC



Vorige pagina


Registratie in het UBO en KBO – ook de maatschap wordt niet ontzien!

3/10/2018

Uitstel maar geen afstel!
In onze voorgaande nieuwsbrief kreeg u reeds meer tekst en uitleg over het nieuwe UBO-register.
FOD Financiën meldt nu het volgende op haar website: “Hoewel de inwerkingtreding pas op 31 oktober 2018 is gepland, heeft u tijd tot 31 maart 2019 om uw uiteindelijke begunstigden voor de eerste maal te registreren. U kunt uw uiteindelijke begunstigden nu al registreren door u aan te melden bij de toepassing op het MyMinFin-portaal.”

Registratie is vanaf heden dus mogelijk maar de uiterlijke deadline wordt verschoven naar 31 maart 2019. Niets belet u om alvast het nodige te (laten) doen met het oog op de invoering van de gegevens van uw uiteindelijke begunstigden in het register.

Iedere vennootschap moet zich kenbaar maken! Ook de burgerlijke maatschap
Elke vennootschap moet zijn uiteindelijke begunstigden (natuurlijke personen met een aanzienlijk belang of zeggenschap over de vennootschap) kenbaar maken in het UBO-register.

Dit betekent dat ook een maatschap (= vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid in de zin van het huidig Wetboek van Vennootschappen) de identiteitsgegevens van zijn maten moet invoeren in het UBO-register.

Allerlei hervormingen treffen de burgerlijke maatschap
De burgerlijke maatschap wordt niet enkel ‘getroffen’ door de nieuwe UBO-regelgeving. Ook de hervorming van het ondernemingsrecht (inwerkingtreding: 1 november 2018), het vennootschapsrecht (inwerkingtreding: naar alle waarschijnlijkheid eerste helft van 2019) en het insolventierecht (inwerkingtreding: 1 mei 2018) zal een impact hebben (of heeft die al) op deze vorm van vermogensplanning.

  • Impact ondernemingsrecht

De hervorming van het ondernemingsrecht wenst eenduidigheid te brengen door de invoering van het ondernemingsbegrip. Vrije beroepers, maatschappen en vennootschappen worden nu allemaal beschouwd als ‘ondernemingen’. Dankzij de stempel van ‘onderneming’, komen er nu enkele bijkomende formaliteiten kijken bij de burgerlijke maatschap:

Inschrijving in de KBO
Elke maatschap (nieuw of bestaand) moet zich inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Bestaande maatschappen krijgen hiervoor uitstel tot 1 mei 2019. De inschrijving gebeurt door een erkend ondernemingsloket.

Wenst u uw privacy (enigszins) te beschermen, dan valt een naams- en/of adreswijziging te overwegen (indien de naam van uw maatschap gelinkt is met uw familienaam). De KBO laat immers (onder meer) toe ondernemingen op te zoeken op basis van de naam of het adres.

Door de inschrijving in de KBO worden een beperkt aantal gegevens beschikbaar voor het publiek. De oprichtingsakte en de statuten zelf moeten niet worden neergelegd bij de griffie en zullen dus niet raadpleegbaar zijn.

Kleine terugkoppeling naar het UBO-register: opzoekingen in het register gebeuren op basis van de naam of het ondernemingsnummer van de onderneming (en niet van de uiteindelijke begunstigden zelf). Via de inschrijving in de KBO zou éénieder de naam van de maatschap kunnen opzoeken om vervolgens na te gaan wie de uiteindelijke begunstigden zijn… U geeft bijvoorbeeld “Coucke” in: dan zou Marc wellicht niet graag meemaken dat je heel z’n hebben en houden voor uw neus ziet voorbij scrollen…

Afschaffing burgerlijk doel
Het ondernemingsrecht maakt komaf met het onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen.
De vennoten van een maatschap (dus ook de bestaande burgerlijke maatschappen) zijn ten aanzien van derden hoofdelijk verbonden. Van deze aansprakelijkheid kan niet worden afgeweken dan door een uitdrukkelijk beding in de met derden afgesloten akte.

Niettemin lijkt het aangewezen om het burgerlijk karakter nog steeds duidelijk te stipuleren in de statuten, al was het maar om te vermijden dat de fiscus op het idee zou komen de inkomsten als beroepsinkomsten of als diverse inkomsten te kwalificeren.

Boekhoudplicht
Maatschappen zullen worden beschouwd als “boekhoudplichtige ondernemingen”.
Een maatschap waarvan de omzet over het laatste boekjaar (exclusief btw) “een door de Koning bepaald bedrag niet overschrijdt” (naar alle waarschijnlijkheid € 500.000,00), mag een vereenvoudigde boekhouding voeren. De wetgever specifieert echter niet wat er onder omzet in het kader van maatschap moet worden begrepen.

Concreet gaat om de volgende stukken waarin alle verrichtingen zonder uitstel, getrouw, volledig en naar tijdsorde worden ingeschreven:
» een financieel dagboek;
» een inkoopboek;
» een verkoopboek;
» een inventaris die alle bezittingen, vorderingen, schulden en verplichtingen en alle bronnen bestemd voor de uitbating opneemt (ten minste éénmaal per jaar).

Op basis van de dagboeken en de inventaris wordt er een jaarrekening opgemaakt. De jaarrekening zou niet neergelegd dienen te worden bij de Nationale Bank van België.

Wordt de omzetgrens overschreden, dan dient er een dubbele boekhouding gevoerd te worden.

Bestaande maatschappen krijgen evenwel uitstel om hun administratie hieraan aan te passen. Zij moeten een boekhouding voeren vanaf 1 januari 2020 (indien het boekjaar samenvalt met een kalenderjaar).

  • Het vennootschapsrecht (WVV)

De implementatie van het nieuwe vennootschapsrecht staat nog op de agenda, maar de ontwerptekst van het nieuwe wetboek is reeds beschikbaar.

Voor wat betreft de maatschap heeft de hervorming geen wezenlijke wijzigingen in petto. Op maat opgestelde statuten zijn nog steeds van het grootste belang. Tijdens de duurtijd van de maatschap worden er (minstens jaarlijks) notulen opgesteld.
De maatschap zal als één van de basisvennootschapsvormen voortbestaan. Onder de maatschap zullen meerdere varianten mogelijk zijn: stille maatschap, tijdelijke maatschap en de maatschap met rechtspersoonlijkheid, die ofwel de vorm zal aannemen van een VOF (beherende vennoten) of een Comm.V. (beherende en stille vennoten).

  • Het insolventierecht

Gezien de maatschap als onderneming wordt gekwalificeerd, is het vanaf nu mogelijk dat zij failliet verklaard wordt of onderhevig is aan de procedure van de gerechtelijke ontbinding.

Het faillissementsrecht voorziet ook bepaalde aansprakelijkheidsgronden waaraan een zaakvoerder van een maatschap onderhevig wordt:
» Kennelijke grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement;
» Onbetaalde RSZ-bijdragen;
» ‘Wrongful trading’ (indien de zaakvoerder wist of had moeten weten dat er kennelijk geen redelijk vooruitzicht was om de onderneming of haar activiteiten te behouden of om een faillissement te vermijden).

De burgerlijke maatschap ontsnapt niet aan de registratieverplichtingen in de KBO en het UBO-register. Het anonieme karakter van de maatschap wordt op deze manier ingeperkt. Kleine aanpassingen (naams- en/of adreswijzigingen) kunnen het de speurneuzen weliswaar wel wat moeilijker maken. Ook andere hervormingen van het recht hebben een impact op de maatschap waarbij u best even bij stilstaat.

Auteur: Elise Vercruysse