Het falen van de voorbereiding is de voorbereiding van het falen

Confucius, Chinees wijsgeer, 500 BC



Vorige pagina


Hoeveel roerende voorheffing bent u verschuldigd op een dividend...? Ziet u door het bos de bomen nog?

11/04/2017

15%, 21%, 25%, 27%, 30%, … Kan u de tel nog bijhouden hoeveel roerende voorheffing u verschuldigd bent op het dividend dat u van een vennootschap ontvangt? Gelet op de opeenvolgende stijgingen van de roerende voorheffing en de diverse gunstmaatregelen die in de voorbije jaren werden gelanceerd, zou u voor minder het overzicht verliezen.

Tarieven roerende voorheffing

Om opnieuw wat klaarheid te scheppen, zetten we de tarieven graag voor u even op een rij:

Indien u een dividend ontvangt van uw vennootschap, zal dit normaliter belast worden aan 30% roerende voorheffing. In een aantal gevallen kan dit tarief echter lager uitvallen.

VVPR-bis
Dividenden van kleine vennootschappen (cf. artikel 15 Wetboek Vennootschappen) die vanaf 1/7/2013 opgericht werden via inbreng in geld of die een kapitaalverhoging in geld doorgevoerd hebben, kunnen genieten van de VVPR bis-regeling waardoor zij op dividenden verlaagde roerende voorheffing genieten.

Hiertoe is vereist dat de aandelen op naam zijn en de aandeelhouders/vennoten gedurende een ononderbroken termijn volle eigenaar blijven van de aandelen.

Op dividenden uit de winstverdeling van het tweede boekjaar na het boekjaar van de inbreng in geld is 20% roerende voorheffing verschuldigd. Op dividenden uit de winstverdeling vanaf het derde boekjaar na het boekjaar van de inbreng in geld is slechts 15% roerende voorheffing verschuldigd.

Indien uw vennootschap al langer bestaat zou een kapitaalverhoging in geld soelaas kunnen bieden doch dan nog geniet u slechts van het VVPR-bis tarief op de nieuw gecreëerde aandelen. Als alternatief zou u eventueel gebruik kunnen maken van de liquidatiereserve (zie hieronder).

Vastgeklikte reserves
Dankzij een maatregel van de regering Ri Rupo werd de roerende voorheffing op de ontbinding van vennootschappen verhoogd van 10% naar het standaardtarief. Ter compensatie werd de mogelijkheid gecreëerd om de bestaande reserves vast te klikken. De uitkering van deze vastgeklikte reserves kan gebeuren aan 17%, 10%, 5% of 0%, afhankelijk van het tijdstip waarop deze uitgekeerd worden en of de vennootschap waarvan u deze ontvangt al dan niet een kleine vennootschap betreft. Indien u bv. de reserves na vier jaar ontvangt van een kleine vennootschap, is er 0% roerende voorheffing verschuldigd.

Dit betreft echter een eenmalige maatregel die u naar de toekomst toe geen oplossing meer biedt.

Liquidatiereserve
Sinds 2014 werd het systeem van het vastklikken van de reserves omgevormd naar een permanent systeem, de zogenaamde liquidatiereserve. Kleine vennootschappen kunnen een deel van of het geheel van hun winst na belastingen geheel of gedeeltelijk overboeken naar een liquidatiereserve mits betaling van 10% extra heffing in het boekjaar van het aanleggen van de liquidatiereserve. Deze kan niet afgetrokken worden als beroepskost door de vennootschap.

Bij uitkering van de aangelegde liquidatiereserve is een bijkomende heffing van 20% roerende voorheffing (op reserves aangelegd voor 1/1/2017 was dit nog 17%) verschuldigd indien ze uitgekeerd worden binnen de eerste 5 jaren, 5% indien de uitkering plaatsvindt na verloop van 5 jaren na de aanleg van de liquidatiereserve en 0% indien de uitkering plaatsvindt naar aanleiding van de vereffening van de vennootschap.

Conclusie
In vele gevallen is het aldus nog steeds mogelijk om het torenhoge tarief van 30% roerende voorheffing op een dividend te vermijden. Het toepassen van de VVPR-bis regeling en het aanleggen van de liquidatiereserve zijn bijgevolg belangrijke optimalisaties die wij uiteraard met u bespreken indien deze voor u een optimalisatie kunnen betekenen.

Auteur: Steven Boone