Voor wie niet weet welke haven hij wil aandoen,
is geen enkele wind gunstig

Seneca, Romeins filosoof, begin van onze jaartelling



Vorige pagina


Interne meerwaarden

7/11/2016

FISCALE BEHANDELING INTERNE MEERWAARDEN INGEVOLGE HET REGERINGSAKKOORD

Het voorstel van CD&V inzake de belastingheffing van meerwaarden op aandelen werd in de aanloop van het regeringsakkoord luid en krachtig afgeblokt door de overige coalitiepartners . . . voorlopig toch nog. De interne meerwaarden werden echter niet gevrijwaard en vormen bijgevolg een onderdeel van het huidig regeringsakkoord.

 

Interne meerwaarden?

Kort gesteld worden ‘interne meerwaarden’ op aandelen verwezenlijkt naar aanleiding van een inbreng van aandelen door een natuurlijke persoon in een holdingvennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gecontroleerd door de inbrengende natuurlijke persoon. Interne meerwaarden worden in hoofde van de aandeelhouder niet belast voor zover deze kaderen ‘in het normaal beheer van het privévermogen’. Concreet houdt dit in dat de transactie niet louter fiscaal geïnspireerd mag zijn (denk hierbij aan de centralisatie van een groep van vennootschappen, overdracht familiale onderneming naar een volgende generatie, aantrekken van nieuwe investeerders,…).

 

In het verleden werd deze vrijstelling echter vaak misbruikt om liquide middelen op korte termijn naar het privévermogen van de aandeelhouder te versluizen. Hoewel de belastingadministratie hiertegen reeds verscheidene maatregelen heeft genomen, viseert de regering nu ALLE interne meerwaarden. De heersende onzekerheid omtrent de vraag of de transactie tot het beheer van het privévermogen behoort, zal ingevolge de invoering van deze maatregel weliswaar van de tafel worden geveegd. Rulingaanvragen dienaangaande zullen bijgevolg niet meer aan de orde zijn.

De regering hoopt alvast via deze belastingheffing 31 miljoen euro op te halen.

Hoe één en ander concreet zal worden uitgewerkt, is momenteel nog niet geheel duidelijk. Weliswaar zouden de ingebrachte aandelen slechts als werkelijk gestort kapitaal worden aangemerkt ten belope van de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen. Het surplus van de inbrengwaarde zou als een belaste reserve worden gekwalificeerd.

Voornoemde kwalificatie is bepalend indien in de holdingvennootschap wordt besloten tot een kapitaalvermindering. Deze verloopt belastingvrij in de mate dat de terugbetaling kan worden aangerekend op het fiscaal gestort kapitaal. De terugbetaling aangerekend op belaste reserves wordt daarentegen fiscaal aangemerkt als een dividenduitkering waarop roerende voorheffing dient te worden ingehouden.

Ingevolge deze voorgenomen fiscale maatregel zou de interne meerwaarde aldus belastbaar worden op het moment dat de holdingvennootschap een kapitaalvermindering doorvoert en dit ten belope van het surplus van de inbrengwaarde.

 

Bijkomend …

Bovendien wordt het algemeen tarief van de roerende voorheffing ook dit jaar opnieuw verhoogd. Per 1 januari 2017 wordt de roerende voorheffing vastgesteld op 30%.

 

Vergeet de anti-misbruikbepaling niet!

Wie snel nog wenst te genieten van de huidige vrijstelling dient zich evenwel te vergewissen dat inbrengen verricht vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet geviseerd zullen worden door de belastingadministratie. Op basis van de algemene misbruikbepaling (artikel 344 §1 WIB 1992) kan een kapitaalvermindering worden belast als een uitgekeerd dividend indien blijkt dat de gehele verrichting (inbreng aandelen van de werkvennootschap in de holding, opstroming liquide middelen van de werkvennootschap naar de holding en terugbetaling van kapitaal) slechts één doel nastreefde, zijnde een belastingvrije uitkering van liquiditeiten naar de aandeelhouder.

Besloten kan worden dat de belastbaarheid van interne meerwaarde een niet te miskennen impact zal hebben op de manier waarop interne reorganisaties in de toekomst zullen worden georganiseerd.

 

Auteur: Elise Vercruysse