Het falen van de voorbereiding is de voorbereiding van het falen

Confucius, Chinees wijsgeer, 500 BC



Vorige pagina


De Microvennootschap, een nieuwjaarsgeschenk van vadertje staat?

5/01/2016

De Microvennootschap, een nieuwjaarsgeschenk van vadertje staat?

In onze vennootschapswetgeving werd er tot op heden een onderscheid gemaakt tussen “kleine” en “grote” vennootschappen.

Op fiscaal vlak kunnen deze kleine vennootschappen enkele interessante voordelen genieten (verhoogd tarief notionele intrestaftrek met 0,5%, mogelijke toepassing van de liquidatiereserve, verlaagd tarief roerende voorheffing van 15% op uitgekeerde dividenden,  gewone investeringsaftrek bij aankoop van nieuwe activa, mogelijke aanleg van de investeringsreserve, …). Vanaf 1 januari 2016 zullen we nog een nieuwe soort vennootschap erbij hebben, nl. de microvennootschap. Deze geniet van de voordelen van de kleine vennootschappen en van enkele bijkomende voordelen. Daarnaast worden de grenzen voor de kleine vennootschappen opgetrokken.

What’s in a name?

De microvennootschap is er gekomen dankzij een Europese Richtlijn. Deze nieuwe categorie van vennootschappen werd in het leven geroepen met het oog op de vermindering van een aantal administratieve lasten voor de ondernemers, waaronder een meer beperkte toelichting bij de jaarrekening.

Uiteraard genieten zij ook van de voordelen van een “gewone” kleine vennootschap maar daarnaast worden een aantal specifieke gunstmaatregelen voorzien zoals de verhoogde belastingvermindering voor wie instapt in het kapitaal van een startende onderneming of de verhoogde vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen.

De maximale grensbedragen om te kunnen spreken van een microvennootschap worden als volgt vastgelegd:

Balanstotaal

€ 350.000,00

Netto jaaromzet

€ 700.000,00

Jaargemiddelde personeelsbestand (VTE)

10

 

Om als microvennootschap te worden beschouwd dient te worden voldaan aan maximaal 2 van de 3 voormelde criteria. Een eenmalige overschrijding van meer dan één criterium is geen probleem. Zodra gedurende twee boekjaren er meer dan één criterium overschreden wordt, verliest de vennootschap echter het statuut van microvennootschap. Slechts als gedurende 2 jaren terug voldaan wordt aan de voorwaarden, kan ze terug beschouwd worden als microvennootschap.

Daarnaast mag de microvennootschap op de balansdatum van het afgesloten boekjaar geen moedervennootschap of geen dochtervennootschap zijn. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de mogelijkheid om controle uit oefenen over een andere vennootschap.

Rekening houdend met deze grenzen wordt verwacht dat ongeveer 85% van de Belgische vennootschappen zullen worden beschouwd als microvennootschappen.

Kleine vennootschap?

Naast de creatie van de microvennootschap worden de drempels van de kleine vennootschappen opgetrokken naar volgende grenzen:

Balanstotaal

€ 4.500.000,00 i.p.v. € 3.650.000,00

Netto jaaromzet

€ 9.000.000,00 i.p.v. € 7.300.000,00

Jaargemiddelde personeelsbestand (VTE)

50 (ongewijzigd)

 

Ook hier geldt dat om als kleine vennootschap te worden beschouwd dient te worden voldaan aan maximaal 2 van de 3 voormelde criteria. In tegenstelling tot vroeger is een eenmalige overschrijding van meer dan één criterium voortaan ook geen probleem. Zodra gedurende twee boekjaren er meer dan één criterium overschreden wordt, verliest de vennootschap echter het statuut van kleine vennootschap. Slechts als gedurende 2 jaren terug wordt voldaan aan de voorwaarden, kan ze terug beschouwd worden als kleine vennootschap.

Tot op heden werden vennootschappen met minstens 100 werknemers uitgesloten van de definitie van kleine ondernemingen. Deze uitzondering wordt geschrapt. De wetgeving op de ondernemingsraad wordt echter aangepast zodat er nog steeds een volledig jaarrekeningschema zou voorgelegd worden aan de ondernemingsraad.

Tevens nieuw is dat de toepassing van de criteria op geconsolideerde basis niet langer speelt voor vennootschappen in een groep die zelf geen moedervennootschap zijn. Dit impliceert dat deze vennootschappen een verkort schema mogen neerleggen. Voor fiscale doeleinden heeft onze regering jammer genoeg deze regel niet doorgetrokken waardoor de fiscale gunstmaatregelen nog de oude spelregels volgen. Die administratieve vereenvoudiging is dus toch niet zo eenvoudig …

Het optrekken van de grenzen zal ook een impact hebben op de verplichting tot aanstelling van een commissaris.

Deze wijzigingen treden in werking vanaf 1 januari 2016 (en dus ook op boekjaren die vanaf dan aanvangen), doch met uitzondering voor de tweejarige toetsing.

 

Auteur: Steven Boone