Iemand met een nieuw idee wordt als gek aanzien,
tot het idee lukt …

Mark Twain, Amerikaans schrijver, laat negentiende eeuw



Vorige pagina


Kapitaalvermindering - een kapitale fout om nu geen actie te ondernemen?

10/10/2017

Zoals Jan reeds berichtte in de nieuwbrief van september ‘17 bevat het Zomerakkoord ook een aantal minder leuke maatregelen om de rekening van vadertje Staat te doen kloppen. Eén van deze maatregelen is de belasting van kapitaalverminderingen?! Dergelijke zin krijgt zelfs een doorwinterde accountant of fiscalist de kast op.

Belasting op iedere toekomstige kapitaalvermindering?
Vanaf 2018 overweegt onze regering een maatregel in te voeren waardoor iedere kapitaalvermindering gepaard gaat met een dividenduitkering! Een kapitaalvermindering zou verhoudingsgewijs aangerekend worden op het kapitaal en op de (belaste) reserves op de balans (als deze er zijn). Opgelet, dit zijn geruchten aangezien er nog geen wetteksten beschikbaar zijn.

Zo wordt het voor accountants en fiscalisten opnieuw een stuk complexer en zal men het kapitaal vanuit boekhoudkundig en fiscaal oogpunt dienen te onderscheiden bij toekomstige kapitaalverminderingen.

Het gestort kapitaal zou dus nog steeds belastingvrij blijven, maar een kapitaalvermindering van enkel gestort kapitaal zou tot het verleden behoren. Iedere kapitaalvermindering zou gedeeltelijk als een uitkering van de opgebouwde reserves beschouwd worden.

Op deze wijze gaat men eigenlijk toekomstige uitkeringen van reserves vervroegen in de tijd, een maatregel die in het verleden reeds meermaals genuttigd werd wanneer de regering verlegen zat om centen (denk maar terug aan de interne liquidatie mits 10% roerende voorheffing te betalen).

Concreet betekent de maatregel dat u bij een kapitaalvermindering op het deel dat op de belaste reserves betrekking heeft roerende voorheffing verschuldigd zal zijn.

Bijvoorbeeld:
ABC bvba heeft bij oprichting een kapitaal gestort in geld van € 100.000,00 en heeft door haar winst te reserveren op heden belaste reserves ten belope van € 100.000,00. Bij een kapitaalvermindering van bv. € 50.000,00 zou dit impliceren dat er 30% roerende voorheffing verschuldigd is op    € 25.000,00.

Roerende voorheffing (RV) bedraagt: € 25.000,00 x 30% = € 7.500,00 of 15% van het bedrag van de kapitaalvermindering.

Het resultaat kan nog veel nadeliger uitvallen dan voormeld voorbeeld bij vennootschappen die in het verleden jaarlijks mooie winsten reserveerden en bijgevolg over een aanzienlijk eigen vermogen beschikken.

Bijvoorbeeld:
ABC bvba heeft bij oprichting een kapitaal gestort in geld van € 100.000,00 en sindsdien goed geboerd waardoor de belaste reserves € 900.000,00 bedragen. Bij een kapitaalvermindering van bv. € 50.000,00 zou dit impliceren dat er 30% roerende voorheffing verschuldigd is op € 45.000,00.

Roerende voorheffing (RV) bedraagt: € 45.000,00 x 30% = € 13.500,00 of 27% van het bedrag van de kapitaalvermindering.

U zal het maar treffen als aandeelhouder als de vennootschap na deze kapitaalvermindering de verliezen begint op te stapelen die de reserves doen verdwijnen… een terugbetaling van de reeds betaalde roerende voorheffing zal er in dat geval wellicht niet inzitten.

Het is tevens een serieuze streep door de rekening van holdingvennootschappen die in het verleden gecreëerd werden door inbreng van de dochtervennootschappen en waarbij de winsten jaarlijks opgestroomd worden naar de holdingvennootschap (via bestuursvergoedingen, tantièmes en dividenden). Het zou niet langer mogelijk zijn om na verloop van een aantal jaren het overtollige kapitaal zonder belasting uit te keren aangezien men via voorgaande fictie ook een deel van de reserves zou uitkeren als dividend waardoor er 30% roerende voorheffing verschuldigd is op dat deel van de uitkering.

Uitkering van het kapitaal dat gevormd werd via de interne liquidatie?
In 2014 werd de roerende voorheffing verhoogd van 10% naar 25% en dit ook voor uitkeringen van liquidatieboni bij ontbinding-vereffening. Gelet op de enorme verhoging werd een overgangsmaatregel getroffen, zijnde de zogenaamde “interne liquidatie”. Indien de uitgekeerde reserves terug in het kapitaal geïncorporeerd werden, werd slechts 10% roerende voorheffing aangerekend i.p.v. 25%. Om dit gunsttarief van 10% te behouden werd wel de voorwaarde opgelegd dat dit kapitaal 8 jaar (of 4 jaar voor KMO’s) in de vennootschap zou behouden blijven.

We vrezen voor de gezondheid van notarissen en hun medewerkers aangezien eind dit jaar of begin volgend jaar de meeste bedrijven aan hun minimumtermijn van 4 jaar zijn om de in het kapitaal vastgeklikte reserves te kunnen uitkeren.

De regering zou hier echter rekening mee houden en dit kapitaal buiten schot laten. De vraag stelt zich echter of u in België nog vertrouwt op het fiscale woord van onze overheid aangezien dit van jaar tot jaar schijnt te wijzigen. Wij zouden alvast het zekere voor het onzekere nemen.

Wat met belastingvrije reserves?
Het zou de bedoeling zijn dat de belastingvrije reserves niet aangetast worden door de nieuwe maatregel. Indien de kapitaalvermindering ertoe zou leiden dat vrijgestelde reserves uitgekeerd worden, zou dit immers niet enkel aanleiding geven tot roerende voorheffing maar eveneens tot vennootschapsbelasting.

Dat laatste zou enkel het geval zijn als een kapitaalvermindering het totaal aan kapitaal en belaste reserves zou overstijgen.

Misschien is dit ook de beweegreden voor een andere maatregel die aangekondigd werd voor 2020, nl. de activatie van de vrijgestelde reserves door deze aan gunsttarief te belasten? 

Nog dit jaar uw kapitaal verminderen?
Indien uw onderneming beschikt over overtollige liquide middelen, een groot kapitaal en aanzienlijke reserves heeft, zou het een verstandige zet zijn om nog voor het einde van het jaar uw notaris een bezoekje te brengen om een nog onbelaste kapitaalvermindering door te voeren. In voormeld geval is daar in principe ook geen fiscaal risico aan verbonden. Kapitaalverminderingen zijn immers bedoeld om middelen die een vennootschap niet langer nodig heeft in het kader van haar activiteiten uit te keren aan haar aandeelhouders.

Wanneer het een holding (met interne meerwaardeproblematiek) betreft of nog wanneer er een lening nodig is voor de uitkering van de kapitaalvermindering of men de kapitaalvermindering enkel in rekening-courant zou kunnen boeken, dient extra opgelet te worden dat men niet geconfronteerd wordt met de algemene antimisbruikbepaling.

Conclusie:
Eén van de minder gekende maatregelen van het Zomerakkoord voorziet vanaf 2018 in een belasting op kapitaalverminderingen. De kapitaalvermindering zou verhoudingsgewijs aangerekend worden op het kapitaal en op de (belaste) reserves op de balans (als deze er zijn) en op het deel van de kapitaalvermindering dat toegerekend wordt aan de uitkering van de reserves zal 30% roerende voorheffing aangerekend worden.

Het is echter nog wachten op wetgevend initiatief om te zien hoe de maatregel vertaald zal worden. We hopen dat de fiscale soep niet zo heet gegeten wordt als ze op heden geserveerd wordt doch waar rook is, is meestal ook vuur …

Als uw vennootschap over meer liquide middelen beschikt dan zij nodig heeft in het kader van de activiteiten, lijkt het echter aangewezen om het zekere voor het onzekere te nemen en uw notaris nog dit jaar te vereren met een bezoekje teneinde een kapitaalvermindering door te voeren.

Auteur: Steven Boone